9 maart 2026 Hoge brandstofprijzen heeft mogelijk gevolgen voor visserij
In dit artikel:
Door het conflict in het Midden-Oosten is de daling van energieprijzen van de afgelopen maanden abrupt gestopt, schrijft ABN AMRO. Verstoringen van vaarroutes, blokkades en beschadigde productiefaciliteiten remmen de aanvoer van olie en gas. Vooral de Straat van Hormuz speelt een rol: via die passage loopt ongeveer een kwart van de wereldoliehandel en circa een vijfde van de LNG-handel, waardoor verstoringen de prijzen opdrijven — al zijn ze nog niet terug op het piekniveau van de energiecrisis in 2022.
De Nederlandse visserij voelt de pijn door de hogere brandstofkosten. Omdat relatief weinig vissers lange termijn brandstofcontracten afsluiten, worden zij rechtstreeks getroffen door prijsfluctuaties op de spotmarkt. Brandstof vormt ongeveer 20% van de totale kosten, maar dat percentage en het absolute verbruik variëren sterk per schip: boomkorvaartuigen (ruim 40% van de vloot) gebruiken zo’n 22.000 liter per week, twinrig-schepen rond 15.000 liter en garnalenvissers circa 3.000 liter per week. In eerdere jaren is de vloot gesaneerd en zijn oudere schepen gesloopt; met overheidssteun zijn veel schepen verduurzaamd, wat bijvoorbeeld bij boomkorschepen tot circa 30% brandstofbesparing leidt en zo de sector beter wapent tegen schommelingen.
De visserij heeft beperkt afdekmogelijkheden. Een verzachtende factor is het beloningsmodel voor bemanning — werken als ‘deelschipper’ met loon afhankelijk van de netto-opbrengst — waardoor hogere brandstofkosten deels via loonvariatie worden opgevangen. ABN AMRO benadrukt dat de uiteindelijke economische impact afhangt van de duur van het conflict; langdurig hoge energieprijzen zullen ook andere prijzen mee omhoog trekken.