EFSA onderzoekt consumentenbewustzijn van kwik in vis
In dit artikel:
De Europese voedselveiligheidsautoriteit EFSA onderzocht in opdracht van de Europese Commissie hoe goed consumenten in de EU weten dat vis en schaaldieren waarschijnlijk kwik kunnen bevatten, en of zij het nationale advies kennen over hoeveel daarvan per week veilig is. Het rapport verscheen vorige maand; de Commissie had het onderzoek in 2022 aangevraagd in het kader van gesprekken over wettelijke maximumgehalten voor kwik in verschillende vissoorten.
EFSA voerde twee telefonische enquêtes uit: een in 2023 in alle 27 EU-lidstaten plus IJsland en Noorwegen (in Nederland 504 respondenten), en een vervolgonderzoek in 2024 in 13 EU-landen plus IJsland en Noorwegen — gevolgd door een vergelijkende enquête in tien landen die hun advies hadden aangepast en vijf die dat niet deden. Onder de steekproef waren adolescenten, volwassenen en vooral zwangere vrouwen.
Belangrijkste bevindingen: ongeveer 60% eet vis of schaaldieren; ruwweg de helft kent de gezondheidsvoordelen van vis, maar slechts circa 10% is zich bewust van de gezondheidsrisico’s door verontreiniging. Over het algemeen is de kennis over chemische vervuiling laag; kwik is wel het meest bekende element. Nationale richtlijnen variëren, maar veel landen adviseren 1–2 porties per week van soorten met hogere kwiklimieten (1,0 mg/kg) of 3–4 porties van soorten met lagere limieten (0,5 of 0,3 mg/kg). Voor zwangere vrouwen geldt vaak het advies om grote roofvissen te vermijden en kleinere vis te kiezen vanwege lagere kwikconcentraties.
EFSA gebruikte voor het eerst sociale wetenschappelijke methoden en concludeert dat factoren als smaak, kosten en de intentie om gezond te eten het koop- en eetgedrag sterker beïnvloeden dan kennis over vervuiling. De onderzoekers waarschuwen bovendien dat de resultaten met voorzichtigheid moeten worden geïnterpreteerd vanwege onzekerheden over de representativiteit van de steekproeven.