Hoe een model inzicht geeft in het zoekgedrag van kotters

dinsdag, 6 januari 2026 (09:10) - Visserijnieuws.nl

In dit artikel:

De Nederlandse kottervisserij staat onder sterke druk door maatregelen en ontwikkelingen als het pulsverbod, natuurbeperkingen op zee, de aanleg van windparken en de Brexit. Deze veranderingen verkleinen de visruimte en beïnvloeden niet alleen het werk aan boord maar ook de aanvoer, handel en vissersgemeenschappen aan land. Tegelijkertijd benadrukt de overheid in haar Voedselvisie het belang van zeeproducten, wat vragen oproept over hoe ruimte voor visserij behouden of herverdeeld kan worden.

In opdracht van het ministerie van LVVN en Rijkswaterstaat ontwikkelen Wageningen Social & Economic Research (WSER) en Wageningen Marine Research (WMR) twee onderzoeksprojecten om te onderzoeken hoe ruimtelijke beleidsmaatregelen (bijvoorbeeld gebiedssluitingen) het gedrag van vissers beïnvloeden en welke ecologische en sociaaleconomische gevolgen daaruit voortvloeien. Centraal in één van die projecten staat het model DISPLACE, dat beslissingen van Nederlandse kotters nabootst en de effecten van ruimtelijke veranderingen op de Noordzee doorrekent.

Technisch werkt DISPLACE met een raster van zeshoekige vakken van vijf kilometer, waarin visserijactiviteiten worden vastgelegd via gekoppelde logboekgegevens (ERS) en VMS-posities. Deze ‘heatmaps’ laten zien waar en hoe lang wordt gevist en vormen de ruimtelijke basis van het model. Door vakken uit te schakelen kan het model scenario’s simuleren waarin delen van de zee niet meer toegankelijk zijn — bijvoorbeeld bij windparken of beschermde gebieden — en vervolgens voorspellen waar vissers naartoe zouden uitwijken.

DISPLACE combineert die ruimtelijke data met informatie over vaartuigtechniek, economische parameters (kosten, opbrengsten, brandstofverbruik) en biologische vangstkansen. Anders dan modellen die met gemiddelde waarden werken, simuleert DISPLACE individuele schepen en hun dagelijkse beslissingen: waar te vissen, wanneer van gebied te wisselen en in welke haven te landen. Die keuzes worden gestuurd door factoren als brandstofkosten, weersomstandigheden, vangstkansen en regelgeving, en verschillen per schip door vergunningen en capaciteiten. Daardoor ontstaat een genuanceerd beeld van een heterogene vloot in plaats van één homogeen geheel.

Uit de logboekanalyse zijn meer dan 40 verschillende métiers herkenbaar; in overleg met praktijkexperts is dit teruggebracht tot 15 onderscheiden visserijen die genoeg detail bieden voor het model en aansluiten op regelgeving. Resultaten worden geaggregeerd gerapporteerd (bijvoorbeeld per métier, haven of vaartuiggroep) om individuele schepen te beschermen.

De kracht van het model ligt in het zichtbaar maken van ongelijke effecten: een gebiedssluiting kan weinig impact hebben op de sector als geheel, terwijl specifieke groepen of regio’s zwaar worden getroffen. DISPLACE kan ook andere scenario’s doorrekenen — extra windparken, stijgende brandstofprijzen of verschuivende visbestanden door klimaatverandering — en zo beleidsmakers en vissers een instrument bieden om consequenties beter in te schatten.

Door praktijkdata te gebruiken en vissers te betrekken, wil het project een realistisch hulpmiddel creëren. De eerste concrete scenario-uitkomsten van DISPLACE worden verwacht in 2026.