Nieuwedieper op een Ierse kotter

donderdag, 1 januari 2026 (09:10) - Visserijnieuws.nl

In dit artikel:

Bert Jan Koorn (44) werkt als matroos op de Ierse trawler S 381 Ocean Crest, een 27 x 8 meter spantrawler in eigendom van rederij Sheehy uit Baltimore (Skibbereen‑gebied). Het schip vaart meestal in span met het zusterschip S 383 Wave Crest; beide nieuwbouwers (2023/2024) hebben aan boord moderne VCU‑verwerkingsinstallaties en vervingen oudere schepen die werden verkocht om in Afrika te gaan vissen. Het operationele visgebied van de bemanning reikt van de Golf van Biskaje tot de Barentszzee — afstanden tot ongeveer 2.400 zeemijl komen voor.

Achtergrond en woonplaats
Koorn groeide op in een vissersfamilie, liep stages en volgde de visserijschool, en maakte vanaf 1999 carrière op diverse Nederlandse kotters en trawlers. Na periodes op verschillende schepen verhuisde hij enkele jaren naar Iran, waar hij werkte als acteur en meubelmaker en zijn huidige vrouw ontmoette. Sinds 2017 woont hij met zijn vrouw (oorspronkelijk uit Teheran) en dochter in het kleine Ierse dorp Baltimore (circa 600 inwoners). Het gezinsleven daar is rustiger dan in Iran; toerisme piekt zomers, maar Koorn brengt die maanden vaak op zee door.

Visserijwijze en jaarrondplanning
Sheehy schakelt veelvuldig van soort en techniek om winstgevend te blijven binnen de (variërende) quota. De S 381/S 383 vissen pelagisch in span op makreel, horsmakreel, sprot, sardien en evervis; afhankelijk van lotingen ook op blauwe wijting en soms herring in Noorse wateren. Daarnaast wordt er flyshootgevist (een ander vistype voor andere soorten) op hoofdzakelijk heek, schelvis en, in seizoenen zonder pelagische quota, op kabeljauw en zeekat.

Het typische jaarverloop dat Koorn beschrijft:
- jan–mrt: spanvissen op horsmakreel of makreel, soms evervis/blauwe wijting en herring;
- mrt–jun: flyshooten op kabeljauw bij de Noordkaap of op heek/schelvis boven Noord‑Ierland;
- jun–aug: spanvissen op witte tonijn (Golf van Biskaje), met een nationaal quotum dat competitief wordt bevist (dit jaar 4.600 ton landelijk, verdeeld door wie het snelst kan lossen — gemiddeld is dat 8–9 weken om het quotum te vullen);
- sep–okt: flyshooten op heek/schelvis langs Ierland en op zeekat in het Engelse Kanaal;
- nov–jan: span op sprot in zuid‑Ierse baaien en sardien in het Kanaal.

Noorse kabeljauwexpeditie
Recent voer de bemanning een bijzondere reis naar Noord‑Noorwegen om kabeljauw te maken op een geruild quotum van 250 ton. Na een 1.800 mijl lange oversteek en tussenstops (o.a. Lerwick) opereerden ze vlakbij de Noordkust en tot zo’n 50 mijl van de Russische grens. De vangsten begonnen traag; uiteindelijk werd het quotum langs de westkust binnengehaald dankzij ervaring van de schipper, ondanks schadegevallen en boetes. Koorn noemt de tocht bijzonder door het landschap, het noorderlicht en de sfeer tijdens het vissen ver boven de poolcirkel.

Bemanning en werkcultuur
De Ocean Crest vaart met zeven bemanningsleden, merendeels Ieren — opvallend op kleinere kotters waar tegenwoordig vaak Aziatische of Oost‑Europese krachten varen. Koorn werkt aan dek als knecht; hoewel hij ooit machinist was, past het werk aan dek beter bij hem. Reizen kunnen kort of lang zijn, maar zodra tanks vol pelagische vis zitten is snel lossen en weer weg cruciaal vanwege maximale lossehoeveelheden per reis.

Invloed van beleid en toekomstzorgen
Koorn benadrukt dat quotas en regels vanuit ICES en Brussel grote invloed hebben op waar en wanneer gevist kan worden. Hij noemt recente prognoses die voor 2026 een forse vermindering van het makreelquotum voorspellen (circa 70% korting), wat een zware tik voor de Ierse sector betekent. In Nederland zag hij veel schepen gesaneerd en vindt hij dat sommige eigenaren te weinig zijn meegegaan met veranderende bedrijfsmodellen; als contrast noemt hij Urker rederijen die tijdig omschakelden en nu moderne, flexibele trawlers hebben.

Persoonlijk leven en bedrijfscultuur
Thuis rookt Koorn veel van de vangst; hij repareerde vroeger bootjes maar vindt daar momenteel weinig tijd voor. Hij is al jaren in dienst bij hetzelfde Ierse bedrijf (met korte pauzes) en waardeert de wederkerige loyaliteit: de bazen bieden veel steun, maar stellen ook veel eisen. Het bedrijf groeit ondanks moeilijke tijden, en dat geeft volgens hem hoop dat rendabele visserij nog steeds mogelijk is mits flexibiliteit en aanpassingsvermogen.

Kern: Koorn's verhaal illustreert hoe moderne kleine trawlers continu schakelen tussen soorten, technieken en wateren om binnen quotumbeperkingen rendabel te blijven. Zijn persoonlijke traject — van Nederlandse vissershaven via Iran naar een Iers vissersdorp — toont zowel de onvoorspelbaarheid van het vissersleven als het belang van aanpassingsvermogen in een sector die door regelgeving en milieufactoren snel verandert.