Vijftig balen rijst en veel verse vis
In dit artikel:
In de haven van Benoa op Bali vertrekken dagelijks Indonesische tonijnschepen voor reizen die drie tot soms tien maanden duren. Dat hangt vooral af van de beschikbare opslag aan boord, want onderweg wordt nauwelijks een haven aangedaan om kosten te besparen. Van de ongeveer driehonderd vissersvaartuigen daar gebruikt slechts een klein deel AIS, waardoor de meeste schepen niet goed traceerbaar zijn.
Opvarende Trian vertelt dat hij met vooral Javanen aan boord werkt op de houten ‘Fak Fak Jaya’, samen met een schipper van Lombok. Het schip vist met longlines op geelvintonijn en voert zes matrozen, een schipper en een monteur. De leefomstandigheden zijn sober: de bemanning slaapt, kookt en eet in een kleine ruimte achter de brug, zonder toilet, terwijl kakkerlakken er vrij spel hebben.
De schepen nemen grote voorraden rijst, brandstof en diepvriesvoedsel mee, zodat ze lange tijd op zee kunnen blijven. De gevangen tonijn gaat direct het vriesruim in, soms met afgesneden kop om extra ruimte te maken. Hoewel de vangsten lager zijn dan vijftien jaar geleden en tochten langer duren, blijft de visserij rendabel door de lage kosten. Half februari voer de ‘Fak Fak Jaya’ richting de Timorzee uit.
Vandaag Inside: Wilfred, Merel en Dave gaan voor prankcall In de Wandelgangen en bellen Bas Nijhuis en Chris Woerts