Nieuwjaarsboodschap Vissersbondvoorzitter Johan Nooitgedagt: een oproep om verder te komen en niet op te geven.

vrijdag, 9 januari 2026 (09:10) - Visserijnieuws.nl

In dit artikel:

Johan K. Nooitgedagt, voorzitter van de Nederlandse Vissersbond (Lemmer), blikt vooruit op 2026 en signaleert dat de visserij wederom met bekende uitdagingen te maken krijgt: seizoensfluctuerende vangsten, stijgende kosten en de noodzaak om met strategie en ondernemerschap positie te houden. Nieuwe wet- en regelgeving die per 1 januari van kracht werd, noemt hij complex maar beheersbaar dankzij nauwe contacten tussen visserijorganisaties, het ministerie en de RVO.

Positieve voorbeelden: het 25 jaar lopende Fishing for Litter-project leverde vorig jaar 9.000 ton zeevuil op dat door vissers is opgevist en in havens afgegeven, en de Boskalis Beach Cleanup Tour (13 jaar) haalde met 2.100 deelnemers 4,6 ton afval van het strand, inclusief ruim 51 duizend sigarettenpeuken. Nooitgedagt prijst de inzet van vissers voor schonere zeeën, en betreurt dat veel landen de oceanen nog steeds als goedkope vuilnisbelt gebruiken.

Tegelijkertijd uit hij stevige kritiek op natuur- en milieuorganisaties. Zijn grootste punt is inconsistentie: deze groepen zouden het milieuproblemen overdreven benadrukken omdat dat donaties en aandacht oplevert, terwijl zij volgens hem vaak wegkijken bij zaken die vissers raken. Als voorbeelden noemt hij het gebrek aan betrokkenheid van NGO’s bij discussies over stikstofemissies die vissers troffen, de strijd tegen PFAS-vervuiling in de Westerschelde waar vissers procederen tegen veroorzakers zonder steun van natuurbeschermers, en het ontbreken van steun voor de (wetenschappelijk onderbouwde) pulsvisserij toen die onder druk kwam te staan.

Actueel en pijnlijk is volgens hem het juridische verzet tegen een nieuw, langlopend (20 jaar) garnalenvergunning: een vergunning die volgens visserij en overheid bedoeld is om garnalenvissers perspectief te bieden, maar waartegen milieuorganisaties beroep hebben ingesteld. Nooitgedagt ziet die stap als onterechte ondermijning van eerdere constructieve afspraken en wijst erop dat de garnalensector al fors is gereduceerd (een derde van de vloot verdwijnt), terwijl NGOs toch blijven procederen — iets wat hij deels toeschrijft aan ruime fondsen via loterijen en donaties.

Hij pleit voor samenwerking in plaats van juridisch getouwtrek: NGOs zouden in gezamenlijk verband kunnen werken aan een aanpak waarbij duurzame visserij ook economisch aantrekkelijk blijft. Als voorbeeld haalt hij de voedselindustrie aan (HAK), die haar biologische ambitie moest bijstellen vanwege kostendruk — een parallel voor vissers die duurzamer moeten produceren maar ook moeten kunnen blijven bestaan. Zonder focus op ‘voedsel van dichtbij’ ziet hij het risico dat goedkope, minder gereguleerde importen de binnenlandse visserij wegconcurreren.

Daarnaast waarschuwt Nooitgedagt dat de industrialisering van de Noordzee (bijv. grootschalige windparken) en veranderende zeebodemcondities vissers voelen als verdringing; hij benadrukt dat de praktijkkennis van vissers vaak buiten beeld blijft bij beleids- en debatvoering. Zijn slotboodschap is een oproep tot respectvolle dialoog, vasthoudendheid op inhoud en gezamenlijke inzet om de beroepsvisserij in 2026 eervol te behouden — strijd maar ook samenwerking, met de wens om de rijen te sluiten en continuïteit voor toekomstige generaties vissers te waarborgen.